Antoni van Leeuwenhoek - (24 oktober 1632 – 26 augustus 1723) was een handelsman en wetenschapper uit Delft . Hij is waarschijnlijk het meest bekend door zijn verbeteringen van de microscoop en als een van de grondleggers van wat later de celbiologie en de microbiologie zouden worden. Hij zette daarbij het werk voort van Jan Swammerdam .

Van Leeuwenhoek werd geboren te Delft , en werd op 4 november van dat jaar gedoopt als 'Thonis Philipszoon'. Hij zou zich later Van Leeuwenhoek gaan noemen; het huis van zijn ouders stond in Delft op de hoek naast de Leeuwenpoort. Zijn vader stierf in 1638 toen Van Leeuwenhoek 6 jaar oud was. Zijn moeder hertrouwde, maar zijn stiefvader overleed toen Van Leeuwenhoek 16 jaar was. Hij ging in Warmond naar school, en werd vervolgens in Amsterdam opgeleid tot lakenverkoper . Op jonge leeftijd bleek al dat hij beschikte een ongebreidelde nieuwsgierigheid en een zeer brede belangstelling: hij las zoveel hij kon over onderwerpen op het gebied van sterrenkunde , wiskunde , natuurkunde en scheikunde . Van Leeuwenhoek trouwde en ging samen met zijn vrouw in Delft wonen, waar hij een winkel begon in linnen, garen en band.

Antoni van Leeuwenhoek
- Antoni van Leeuwenhoek -

Hij was in de wetenschap een autodidact ; eigenlijk was hij van beroep lakenkoopman. In een vertrek achter de winkelruimte ontwikkelde hij zichzelf tot een wereldberoemd wetenschapper. Als lakenverkoper bestudeerde hij al stoffen met behulp van geslepen glas. Er bestonden in zijn tijd al wel lenzen en ook complete microscopen, maar die stelden eigenlijk nog weinig voor. Van Leeuwenhoek leerde zichzelf glasblazen, slijpen en polijsten, en kon vervolgens lenzen van een hoge kwaliteit maken. Hij gebruikte die in een constructie waarin zowel een lens als het te bestuderen voorwerp kon worden vastgeklemd. Met zijn handgemaakte microscopen nam hij spiervezels en de stroom van bloed in haarvaatjes (kleine bloedvaten ) waar. Van Van Leeuwenhoek zijn ook de eerste beschrijvingen van bacteriën (hij onderzocht de plaque van zijn eigen tanden) en menselijke zaadcellen (1679).

Omdat hij de eerste was die zulke goede lenzen kon slijpen kon hij veel waarnemingen doen waar niemand anders op dat moment nog toe in staat was. Hij bleek echter niet alleen een buitengewoon goed waarnemer te zijn, maar hij kon ook scherpe conclusies trekken. Zijn waarnemingen schreef hij op in brieven die hij aan enkele bekenden in Nederland stuurde. Een van hen was de Delftse arts Reinier de Graaf , die Van Leeuwenhoek introduceerde bij de beroemde Royal Society te Londen . De leden van de Royal Society waren onder de indruk van zijn werk en spoorden Van Leeuwenhoek aan hen meer te schrijven over zijn waarnemingen. Vanaf dat moment zou hij regelmatig nieuwe brieven over zijn waarnemingen sturen aan de leden van de Royal Society. Deze waren zelfs zo onder de indruk, dat ze hem in 1680 officieel benoemden tot lid. Zijn correspondentie was altijd in het Nederlands, omdat hij -tot zijn spijt- geen andere talen beheerste. Zijn brieven werden in Londen vertaald in het Engels en het Latijn. Hij werd wereldberoemd omdat hij in zijn brieven zaken beschreef die nog niemand eerder had kunnen zien. Vele staatshoofden en wetenschappers kwamen naar Delft om door zijn microscopen te kijken. Tijdens zijn leven sleep hij meer dan 500 optische lenzen, waarvan sommige met een vergrotend vermogen van ongeveer 480x. Zijn ontwerp van de microscoop werd gebruikt en verbeterd door Chritiaan Huygens voor zijn eigen onderzoeken in de microscopie.

Het verhaal gaat dat Van Leeuwenhoek op zijn sterfbed nog een brief aan de Royal Society dicteerde. Hij stierf op bijna 91-jarige leeftijd te Delft en werd aldaar op 31 augustus 1723 begraven in de Oude Kerk.
(bron:www.wikipedia.org)