De geboorteakte van Johannis Kempeneers werd in de burgelijke stand van Sint-Philipsland in de Franse taal ingeschreven. Ds. W.L. van Oosterzee was de enige die deze taal op het dorp beheerste en schreef de akten in. Vertaald luidt deze als volgt:
"Jaar 1813, 29 october om 12 uur verscheen voor mij, loco burgemeester, officier van de burgerlijke stand van de gemeente St.Philipsland, canton Tholen, departement Mondingen van de Schelde, KEMPENEERS,Gillis, hebbende de leeftijd van 35 jaar, dagloner, wonende in deze gemeente , welke ons heeft aangemeld een kind van het mannelijke geslacht, geboren gisteren om 4 uur in de morgen, van hem aanbrenger en Margrieta BRABER, zijn echtgenote en waarvan hij verklaard heeft te willen geven de voornaam van Johannis. Voornoemde verklaringen en aanmelding gedaan in tegenwoordigheid van Johannes den BRABER, hebbende de leeftijd van 62 jaar, dagloner en van Josephus van NIEUWENHUIJSEN, hebbende de leeftijd van 41 jaar, wonende in deze gemeente. En de vader verklarend dat hij niet kan ondertekenen, de verschenen getuigen hebben getekend in onze tegenwoordigheid de akte nadat hij (ambtenaar) hun het geschrevene had voorgelezen."
De akte is ondertekend door de getuigen en door Machiel Mol, loco burgemeester.

- De
doopakte van Johannis Kempeneers -
![]() - de trouwakte van Johannis en Maria - |
De moeder Maria van Ast en haar zoon Laurens zijn beiden op 11 oktober 1866 gestorven. Ze zullen het slachtoffer zijn geworden van de cholera-epidemie die St.Philipsland de tweede helft van 1866 teisterde.In de B & W notulen van de gemeente wordt melding gemaakt, dat al sinds april van dat jaar 1866 aanbevelingen worden gedaan ter kering of bestrijding van de cholera-epidemie. Ook wordt gemeldt dat van ieder verdacht geval de Heer Inspecteur van het Geneeskundig Staatstoezicht in kennis moet worden gesteld.
Op 30 juni 1866 wordt vermeld dat maatregelen van carantaine aard moeten worden genomen tegen binnenkomende vaartuigen uit Sint-Annaland, waar de ziekte toen waarschijnlijk al voorkwam. Er komt ook een verplichting op het desinfecterend maken van vaartuigen.In de openbare raadsvergadering van 17 juli 1866, stelt Burgemeester W.F. del Campo een agendapunt aan de orde om: "de gewone kermis dezer gemeente vallende op donderdag 30 en vrijdag 31 april a.s. dit jaar niet te doen plaatshebben, uit aanmerking van de heersende Choleraziekte in de omgeving dezer gemeente. Er zal een advertentie daartoe in de Nieuwsbode worden geplaatst, terwijl de Heer Commissaris der Koningin in Zeeland, dienaangaande zal worden bericht."De B & W vergadering van 28 september 1866 vermeldt: 6 september: Kennisgeving, dat de Cholera zich in deze gemeente in het zogenaamde Karreveld heeft geopenbaard. Een commissie, bestaande uit de plaatselijke geneesheer, benevens de diaconiën van de plaatselijke kerken en een lid van het College van B & W werd samengesteld. Dit om met elkaar te vergaderen wanneer er weer een geval van Cholera in de gemeente zou voorkomen.
In de hierop volgende weken worden regelmatig dagstaten over de ziekte aan B & W gezonden. Niet bekend is hoeveel personen het slachtoffer zijn geworden van de epidemie, maar in de periode van 1 sept. tot 30 nov. 1866 zijn te Sint-Philipsland 23 personen overleden.
![]() |
- advertentie van 12 februari 1868 van Johannis - |
Uit de overlevering is nog bekend, dat Gillis KEMPENEERS, zijn vader Johannis die schipper was, in Middelharnis moest gaan halen, alwaar hij met zijn scheepje lag. Hij moest daar de boodschap gaan brengen dat zijn vrouw Maria van AST en zijn zoon Laurens overleden waren.
"We hebben eerst moeder begraven en daarna Lauw en ze liggen begraven bij Keesje Clare (Cornelis Clarisse) onder het raam", vertelde Gillis later. Dat betekende dus, dat op de begraafplaats bij de Hervormde kerk tot tegen de huizen van de Voorstraat werd begraven.

- De overlijdensakte van Maria van Ast, de vrouw van Johannis -